Oprecht Onafhankelijk Nieuws & Opinies

Houd ons in de lucht om mee te strijden voor de vrijheid

Vaccinatie? Het virus bestaat niet! (II)

Deel onze artikelen en doorbreek de censuur
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

 

Artsen dienen medicijnen toe waarvan ze weinig weten, aan patiënten waarvan ze minder weten, om ziekten te genezen waarvan ze niets weten.

Voltaire*

 

Via de gekochte mainstream media is de massa wijsgemaakt dat zij continu worden belaagd door een onzichtbare vijand; vijandige virussen of bacteriën die van buitenaf het lichaam binnen willen dringen en ons ziek maken, niet zelden tot de dood erop volgt. Deze bedreiging door externe ziektekiemen is een nagenoeg onwrikbaar geloof in de reguliere medische wetenschap.
Dit valse angstgeloof vindt zijn oorsprong bij een van de grootste fraudeurs, leugenaars en plagiarissen in de geschiedenis. Voor persoonlijk aanzien en rijkdom verkocht hij zijn ziel aan de duivel met talrijke slachtoffers in het kielzog.
Geholpen met het geld van de elitaire wereldtop verkreeg hij de status die hij ambieerde. In ruil daarvoor werd de mensheid overgeleverd aan een monster van Frankenstein; een monster zó kwaadaardig dat het, anno 2021, de gehele mensheid bedreigt met het afnemen van haar persoonlijke gezondheid, vrijheid en zelfbeschikking.
In het vorige deel is aangetoond dat het bestaan van het coronavirus nimmer is bewezen en ook niet bewezen kan worden. Dit deel gaat over de daaraan ten grondslag liggende, onware virus- of microbetheorie die gebaseerd is op grootschalige fraude en bedrog door persoonsgestoorde mensen.

 

Het gouden kalf van de pillendraaiers
De Franse microbioloog Louis Pasteur (1822-1895) is de vader van de microbetheorie en de daaruit voortvloeiende praktijk van vaccineren. Deze theorie stelt dat we voortdurend belaagd worden door allerlei ziekmakende vijanden van buitenaf zoals bacteriën, virussen en schimmels. Wij zouden hier weinig tegen kunnen doen. Een ‘expert’,  een dokter kan dat wél. Hij alleen kan deze kleine terroristen doden met gepatenteerde antibiotica, antiseptica en bovenal vaccins.

Ziedaar: een miljardenindustrie was geboren en Pasteur zélf werd rijk, zéér rijk: “Het werk hielp hem en zijn Pasteur Instituut puissant rijk te worden” (The Independent, “Pasteur Told Lies about Vaccines“, 14-02-’93). De farmaceutische industrie volgde op de voet.

De man achter het masker van ‘de wetenschapper’
Deze rijkdom, tezamen met zijn politieke vrienden verschaften Pasteur macht en invloed. In zijn niets ontziende ambitie gebruikte hij mensen als pionnen maar bleek zijn eigen nalatenschap uiteindelijk de ultieme meesterzet in het schaakspel van de bezitters van deze wereld. “Ambitie was zijn drijfveer, en zelfs nog voor hem enige triomf ten deel viel, was zijn geest al vastberaden gericht op eer en glorie.” Daarbij gebruikte hij mensen instrumenteel met zijn “handigheid anderen de loftrompet over hem te laten steken, terwijl hij tegelijkertijd aan ‘zelfkritiek’ deed om zich zo ogenschijnlijk in nederigheid te kunnen hullen”, schrijft Ethel Douglas Hume al in 1923 (blz. 347, “Béchamp or Pasteur,  A Lost Chapter in the History of Biology”, heruitgave in 2006, ISBN-10 0-9802976-0-5).

Pasteur was een populaire publieke figuur maar niet bij iedereen. Hoogbewusten keken dwars door diens ‘Mask of Sanity‘ (PDF): “Tijdens zijn leven [werd hij] verguisd en ontmaskerd door een paar scherpziende waarnemers die zijn pretenties doorzagen” (blz. 349, “Béchamp or Pasteur”). “Hij is ook arrogant, ambitieus, manipulatief, opportunistisch en ronduit oneerlijk wanneer het zijn belangen en zijn wetenschap dient” concludeert professor Gerald Geison die zijn dagboeken onderzocht (blz. 884. Elisabeth Fee, New England Journal of Medicine, september 1995;  “Book Review The Private Science of Louis Pasteur By Gerald L. Geison”).

Mensen waren louter instrumenteel, zijn intenties niet uit vriendschap of liefde. Trouwe lieden die hij niet langer kon gebruiken liet hij vallen, terwijl hij anderen juist als opstapje gebruikte: “Bij het nastreven van succes liet hij een oude vriend achter die hem politiek niet uitkwam, cultiveerde hij invloedrijke en machtige nieuwe supporters en trouwde hij voor sociaal gewin.” (blz. 885. Elisabeth Fee, New England Journal of Medicine).

De wording van een Gouden Kind
Louis Pasteur kwam uit een bescheiden milieu. Zijn vader was leerlooier. Hij zou echter de vlaggendrager worden van de familie: het ‘Gouden Kind’. Vader Pasteur dwong hem zich in te laten schrijven voor het Lyceum te Besançon, alwaar hij een matige leerling was. Pasteurs schoonzoon schrijft: “Toen hij de dagelijkse lessen aan het Arbois College bijwoonde, behoorde hij slechts tot de categorie van goede gemiddelde leerlingen” (blz. 7 “The Life of Pasteur”, René Vallery-Radot, hereditie 1900).

Als student was Louis ook geen uitblinker. Hij was “middelmatig en niet specifiek academisch”. In plaats daarvan spendeerde hij zijn tijd aan vissen en schetsen (James J. Walsh (1913). “Louis Pasteur”. In Herbermann, Charles (ed.). Catholic Encyclopedia. New York: Robert Appleton Company).

Pasteurs schoonzoon René Vallery-Radot, tevens handig door hem aangewezen als zijn biograaf, schrijft in 1885 over diens vader op pagina 1 in “Louis Pasteur: his life and labours”: “Als je op een dag enkel maar docent [‘professor’] zou worden aan de middelbare school te Arbois zou ik de gelukkigste man zijn op aarde” (blz. 1. Oorspronkelijk uitgave. London, Longmans, Green, & co. 1885).

Terwijl Louis nog maar nauwelijks uit de luiers was, had vader al grootse visioenen: “…toen zijn zoon nog geen twee jaar oud was [!!], stond zijn vader zichzelf toe al zo te dromen over de toekomst”, continueert Vallery-Radot (blz. 1). Het ging zijn vader niet om wie hij was maar om wát hij was. Kortom: het ideale milieu om uit te groeien tot een volbloed narcist.

Pasteur en de standaardkenmerken van psychopathie
Zijn positie bereikte Pasteur met pathologisch liegen, diefstal (plagiaat), het vervalsen van experimenten en manipulatie. Om niet in zijn eigen leugens verstrikt te raken, hield hij sluw een soort ‘schaduwboekhouding’ bij. Bij zijn erfenis liet Pasteur bepalen dat de explosieve inhoud nooit openbaar zou mogen worden gemaakt. Pas in 1964 doneerde Pasteurs kleinkind Louis Pasteur Vallery-Radot de dagboeken en aantekeningen van Pasteur aan de Nationale Bibliotheek te Parijs met de restrictie dat ze pas mochten worden ingekeken na de dood in 1970 van deze laatste afstammeling in mannelijke lijn. Het duurde tot 1985 eer de documenten werden gecatalogiseerd (blz. 3. Gerald L. Geison,  (2014). The Private Science of Louis Pasteur. Princeton University Press. ISBN 978-1-4008-6408-9).

Professor Gerard L. Geison van Princeton University onderzocht Pasteurs aantekeningen in meer dan honderd laboratorium-aantekenboekjes in de Nationale Bibliotheek te Parijs en vond “opvallende en soms verbazingwekkende discrepantie” tussen deze aantekeningen en Pasteurs publicaties. Hij schreef daarover in 1995 “The Private Science of Louis Pasteur”. Zo bleek dat Pasteur loog over nooit uitgevoerde experimenten en tests, dat hij heimelijk stoffen toevoegde om een experiment te laten lukken en de ontdekkingen van andere wetenschappers stal die hij vervolgens als de zijne presenteerde. Pasteur bleek bij te houden hoeveel gif hij zijn controlegroep toediende die niet waren gevaccineerd om te kunnen ‘bewijzen’ dat zijn ‘genezend’ vaccin werkte. Ook handelde hij onethisch door bijvoorbeeld een kind bloot te stellen aan een rabiës-vaccin dat hij op honderden honden zou hebben uitgeprobeerd, terwijl uit de aantekenboekjes blijkt dat er slechts enkele dierproeven waren gedaan (The Independent, ‘Pasteur Told Lies about Vaccines’, 14-02-’93).

Daarbij was Pasteur bij experimenten “Onvoorstelbaar ongevoelig voor het lijden dat hij veroorzaakte”, aldus Ethel Douglas Hume (blz. 348, “Béchamp or Pasteur).

Geison “ontdekt dat Pasteurs succes niet enkel afhing van zijn wetenschappelijke talenten, maar ook van zijn retorische vaardigheden en zijn bereidheid om elk ongemakkelijk detail van zijn onderzoeken te verbergen. In sommige gevallen kan Pasteurs gedrag als zelfetalering worden bestempeld maar in andere kwam het zondermeer neer op bedrog.” (blz. 885, Elisabeth Fee, New England Journal of Medicine).

Zoals bij lieden als Ab Osterhaus, Marion Koopmans, Jaap van Dissel, Neil Fergusson, Anthony Fauci, Christian Drosten zonneklaar blijkt, staan een witte jas en een universitaire titel geenszins gelijk aan integriteit. Zo ook niet bij Pasteur:

De combinatie van de hierboven opgesomde persoonskenmerken als een gebrek aan zelfreflectie, oppervlakkige charme en charisma, pathologisch liegen, welbespraaktheid, het dragen van een ‘masker’ om de werkelijke intenties te verhullen, sluwe berekening, manipuleren, hooghartig- of grandioosheid, eerzucht, opportunisme, gerichtheid op macht, aanzien en persoonlijk gewin ten koste van anderen, het stelen of het je toe-eigenen van andermans werk en doen als het van jou is, het misbruiken van mensen als ‘instrumenten’ voor eigenbelang, frauderen, vervalsen, mishandeling van dieren en nog veel meer hierboven en -onder genoemde eigenschappen, duidt op een ontbrekende gewetensfunctie en gebrek aan inlevingsvermogen.

Het geweten is de kern van het bewustzijn (ziel), in het Engels zelfs vervat tot één woord: ‘conscience’. Het vormt het kompas voor gezonde mensen.

Genoemde kenmerken zijn stuk voor stuk klassiek voor personen met een psychopathische persoonlijkheid, zoals omschreven in professor Robert Hare en Paul Babiak’s standaardwerk over psychopathie “Snakes in Suits”. Een verschijnsel dat, blijkens de hausse aan (internet-)hulpverleners en (-)zelfhulpgroepen voor slachtoffers van psychopathie, véél en véél meer voorkomt dan de officiële kanalen ons willen doen geloven! Oók onder vrouwen en in gelijke verhouding tot mannen.

Pasteurs confrontatie met de waarheid en waarheidszoekers
Pasteurs grootste rivaal was de geniale wetenschapper Antoine Béchamp (1816-1908) voor wie hij een grote jaloezie koesterde. In diverse experimenten had Béchamp aangetoond dat ziektes niet ontstaan door externe vijanden als microben maar door omgevingsfactoren. Daar heeft de mens zelf grote invloed op. De genezing is daarbij niet afhankelijk van medicamenten geproduceerd door de farmaceutische industrie en dus niet lucratief.

Béchamp zag het leven als een symbiotisch geheel waarbij micro-organismen een natuurlijke en cruciaal ondersteunende rol vervullen. Een gezonde en harmonieuze levensstijl maakt dat het lichaam zonder problemen functioneert tezamen met de triljoenen micro-organismen die hem omringen en bewonen. Dit noemt men de ’terrain theory’ of ‘omgevings-theorie’.

Van Béchamp is de uitspraak: “Niets gaat verloren, niets wordt gecreëerd … alles wordt getransformeerd. Niets is de prooi van de dood. Alles is de prooi van het leven” (citaat na titelblad, “Béchamp or Pasteur”).

Pasteur daarentegen, zag het leven, inclusief zijn persoonlijke sociale leven, als een ‘survival of the fittest’, een voortdurende overlevingsstrijd waarbij we onophoudelijk worden bedreigd door externe vijanden als microben die daarom tegen elke prijs onklaar moeten worden gemaakt. Dit noemt men de ‘germ theory’ of ‘microbetheorie’.

Tijdgenoot en arts Dr. M.L. Leverson trof in New York enkele van Béchamps wetenschappelijke verhandelingen die ruim aan Pasteurs vermeende ‘ontdekkingen’ voorafgingen maar door de laatste als de zijne waren geëtaleerd. Leverson bezocht Béchamp te Parijs, vertaalde diens genegeerde werk in het Engels en trok daarna luid aan de bel. Na Béchamps dood gaf Leverson op 25 mei 1911 in het Claridges Hotel te Londen een lezing waarin hij verklaart: “Pasteur’s plagiaat van de ontdekkingen van Béchamp – én van de medewerkers van Béchamp – loopt door het hele leven en werk van Pasteur” (blz. 37, “Béchamp or Pasteur”).

Antoine Béchamp stak geen energie in rehabilitering of rechtszaken. Achteraf gezien een juiste houding gezien de geweten- en empathieloze persoonlijkheid van Pasteur: een “racing car without brakes”, want zonder geweten weerhoudt niets je van bedrog en manipulatie. Van dergelijke personen kun je niet winnen.

“De waarheid, niet het eigen ik, was Béchamps gids”, concludeert Ethel Douglas Hume in haar uitvoerig gedocumenteerde en gedetailleerde analyse van het wetenschappelijke werk van Pasteur en Béchamp (blz. 349, “Béchamp or Pasteur”). Hij was een ‘truthseeker’, bescheiden en niet uit op eigen gewin. Het contrast tussen Pasteur en Béchamp kon door Hume in 1923 niet duidelijker worden geformuleerd in deze zin:

“Pasteurs ‘cultus van de microbe’ is een populaire theorie die de minst wetenschappelijken  onder ons, gemakkelijk kunnen begrijpen: rijkdom en welvaart dragen eraan bij, net zoals glorie en roem zijn deel werden. Waarom zouden ambitieuze mensen de zelfopoffering van waarheidzoeker Béchamp navolgen, die in zijn eenzame appartement nagenoeg zonder enige erkenning overleed?” (blz. 349).

Dr. Marie Nonclercq, is vernietigend in haar eindoordeel over Pasteur in relatie tot Béchamp. In het voorwoord van haar biografie over Béchamp schrijft ze:

“Hij was een vervalser van experimenten en hun resultaten, waarbij hij wilde dat de uitkomsten gunstig zouden uitvallen ten opzichte van zijn oorspronkelijke ideeën. De vervalsingen die door Pasteur zijn begaan, komen ons nu ongelofelijk voor. Bij nader onderzoek bleken de feiten echter in strijd met de ideeën die Pasteur had ontwikkeld op het gebied van de bacteriologie. Pasteur negeerde moedwillig het werk van Béchamp, een van de grootste 19de eeuwse Franse wetenschappers wiens aanzienlijke werk op het gebied van chemische synthese, biochemie en infectueuze pathologie heden ten dage bijna totaal geen erkenning krijgt, omdat het systematisch was vervalst en naar beneden gehaald voor het persoonlijk gewin van een illustere  persoon [Pasteur] die, in tegenstelling tot Béchamp, een bijzonder talent had voor publiciteit en voor wat we tegenwoordig ‘public relations’ noemen” (blz 3, Marie Nonclercq; “Antoine Béchamp, 1816-1908 : l’homme et le savant originalité et fécondité de son oeuvre.” Paris: Maloine, 1982. ISBN 2224008546).

De schepping van het monster van Frankenstein
Het duurde niet lang tot de tomeloze zelfetalering, machts- en statushonger van Pasteur vruchten afwierpen. Rockefellers investeringsadviseur Frederick T. Gates (1853-1923), zag mogelijkheden om de invloed en rijkdom van de oliemagnaat uit te breiden door groots te investeren op het terrein van de volksgezondheid, dankzij Pasteurs microbetheorie. Gates greep Pasteurs ‘wetenschappelijke revolutie’ aan als argument dat hervorming van het medisch onderwijs ‘dringend’ noodzakelijk zou zijn:

“Nadat hij bij de staf van Rockefeller kwam, ontmoette Gates anderen die meenden dat er een wetenschappelijke revolutie gaande was, geleid door Louis Pasteur en Robert Koch, welke aantoonden dat micro-organismen vaak verantwoordelijk waren voor ziekten. Deze nieuwe wetenschappelijke inzichten suggereerden de noodzaak om het medisch onderwijs te transformeren. In combinatie met het werk van John Snow in Parijs en Londen, dat het verband aantoonde tussen slechte sanitaire voorzieningen, watervoorziening en uitbraken van cholera, bood de nieuwe wetenschap ook een kans om het domein van de volksgezondheid vorm te geven” (blz.10, Angela Matysiak; “Health & Well-Being”, The Rockefeller Foundation, 2014).

Gates adviseerde Rockefeller met klem zijn schier onuitputtelijke financiële bronnen te benutten voor de transformatie van  het medisch onderwijs  en onderzoek in Amerika en Europa: “in 1897 begon Gates er bij Rockefeller op aan te dringen zijn filantropische inspanningen te richten op de fundamentele hervorming van het medisch onderwijs en de ontwikkeling van een medische onderzoeks-infrastructuur” (blz.109, Angela Matysiak; “Health & Well-Being”, The Rockefeller Foundation, 2014).

Wie betaalt, bepaalt; Rockefeller & Rothschild als Pasteurs welkome suikerooms
Geld ging naar nieuw op te richten medische scholen maar vooral ook naar het Pasteur Instituut zélf dat behalve de Franse staat en private financiers als de Rothschilds, de Rockefellers had als de grootste geldschieter: “Centraal in de visie van Gates stond de oprichting van een instituut voor de wetenschappelijke studie van geneeskunde. Hij schreef herhaaldelijk naar Rockefeller en anderen in machtsposities en drong er bij hen op aan deze nieuwe richting te steunen. Sommige van zijn brieven voorzagen in een groot geldbedrag voor de betreffende instelling, zoals het Pasteur Instituut in Parijs” (blz. 110, “Health & Well-Being”).

De financiële en beleidsmatige relatie is altijd gebleven. Het was de joods-Franse wetenschapper Louis Rapkine die Rockefeller- en Rothschildgeld aanwendde om de Franse, met name medische wetenschap, gedurende en na de Tweede Wereldoorlog ‘te redden’: “Dankzij zijn contacten met fondsen in de Verenigde Staten, met name de Rockefeller Foundation, heeft Louis Rapkine in de nasleep van de oorlog veel gedaan om ervoor te zorgen dat Franse laboratoria, waaronder die van het Pasteur Instituut, Amerikaanse fondsen kregen om hen te helpen bij de wederopbouw” (blz. 93, Marie-Hélène Marchand; “The Story of the Pasteur Institute and Its Contributions to Global Health” CSP, 2018).

Voor joodse wetenschappers richtte Rapine het Comité d’Accueil et d’Organisation du Travail des Savants Étrangers op met de Rothschild familie als een van de belangrijkste financiers.  (“Origins and a historical precedent”. Program PAUSE, Paris: Collège de France).

In 1951 werd het Rapkine French Scientist Fund opgericht in zijn naam ter ondersteuning van de (medische) wetenschap. Dit stond onder toezicht van Bethsabée de Rothschild. Later werd dit instituut gereorganiseerd onder de naam Pasteur Foundation als onderdeel van het internationale Pasteur Instituut-netwerk te New York (“Repères chronologiques, Louis Rapkine (1904–1948)”. Institut Pasteur. Gearchiveerd van het origineel op 25 mei, 2011).

Opvallende Zionistische connectie en financiering
De Joodse (of eigenlijk zionistische) connectie met, en financiële ondersteuning van Pasteur is overigens opvallend, stelt The Jewish Express in haar op 29 juli 2020 gepubliceerde artikel: “Louis Pasteur: The Jewish Connection“. Niet alleen de Rockefellers waren belangrijke joodse sponsors van het Institut Pasteur, ook andere joodse prominenten ondersteunden hem. Zo waren de joodse bankiersvrouw Cécile Furtado-Heine (1821-1896) en de schatrijke joodse zakenman Daniel Iffla-Osiris (1825-1907) belangrijke financiers. Het Pasteur Institute for Health, Medicine, and Biology te Jeruzalem werd in 1913 opgericht door de joodse arts Leo (Aryeh) Boem, vurig voorvechter van de World Zionist Organization.

De creatie van een valse legende
Het bleef niet bij de investeringen in het Pasteur Instituut. De New York Times van 15 februari 1912 schrijft  onder de kop “Rockefeller Made the Pasteur Offer” hoe de familie ongevraagd een bod doet op het geboortehuis van Louis Pasteur. Dit ouderlijk huis te Dôle in de Jura van de gewetenloze vervalser, fraudeur en plagiaris zou voortaan de propaganda rond deze ‘wetenschappelijke legende’ in de vorm van een soort bedevaartsoord levend moeten houden.

De joodse directeur van het Rockefeller Institute for Medical Research, Dr. Simon Flexner, broer van de verderop genoemde Abraham en van de bekende zionist en medegrondlegger van het Council on Foreign Relations, Bernard Flexner, benaderde daartoe de Franse ambassadeur met als voorwendsel het huis te willen schenken als “gift aan het Franse volk”.

De families Rockefeller & Gates en de nieuwe ‘geneeskunde’ gebaseerd op gif
De eerste instelling voor biomedisch onderzoek en onderwijs van Amerika werd geheel vormgegeven naar het voorbeeld van Pasteur: “Op aandringen van Frederick T. Gates, wellicht de filantropische adviseur die hij het meest vertrouwde, raakte Rockefeller steeds meer toegewijd aan medisch onderzoek. In 1901 financierde hij het Rockefeller Medical Research Institute in New York City. Het was gemodelleerd naar het Pasteur Instituut in Frankrijk en het Robert Koch Instituut in Duitsland en was het eerste biomedische instituut van het land, al snel vergelijkbaar met zijn Europese modellen.” (John Steele Gordon; “John Rockefeller Sr”, www.philanthropyroundtable.org).

De oude medische praktijken gebaseerd op de natuur waren voorgoed verleden tijd. Pasteurs microbetheorie werd de norm. De giftige chemicaliën uit de petrochemische industrie werden nu de basis voor de farmaceutische industrie. Het gaf oliemagnaat Rockefeller een ongekende nieuwe afzetmarkt:

“Toen de substantiële middelen van de Rockefeller-liefdadigheidsinstellingen eenmaal in  wetenschappelijk medisch onderwijs waren gestoken op basis van de microbetheorie – met de volledige instemming van de AMA [American Medical Association] – werd de Amerikaanse geneeskunde synoniem aan de microbetheorie. Dit, het Flexner-rapport (1910), en medisch onderzoek gewijd aan het vinden van geneesmiddelen om ziektekiemen te verslaan om ziekten te ‘genezen’, werden allemaal gefinancierd door de Rockefeller-liefdadigheidsinstellingen en leidden tot wat wordt beschouwd als het dominante paradigma in de Amerikaanse geneeskunde” (George W. Cody, JD, MA; “The Origins of Integrative Medicine—The First True Integrators: The Roots”, US National Library of Medicine, 17-02-’18).

De ontmanteling en demonisering van de reguliere natuurgeneeskunde
Het boven genoemde Flexner Rapport uit 1910, geschreven door de joodse onderwijsspecialist Abraham Flexner, is een rapport van boekformaat dat een fundamentele invloed had op de hervorming van het Westerse medische onderwijs. Daarin werden de gangbare medische praktijken gericht op natuurlijke kruiden, homeopathie, osteopathie et cetera, bespot.

Het gevolg was dat artsen die deze beoefenden werden ontslagen en de reguliere medische scholen gesloten. Met financiële rugdekking van de Rockefellers had Flexner een enorme invloed op Europa.  

Ons kent ons
Gates bleef de drijvende kracht achter Rockefellers transformatie van de volksgezondheid en de daaruit ontspruitende farmaceutische miljardenindustrie. Alle mainstream media tot aan de New York Times toe, ontkennen echter enige relatie tussen Rockefellers investeringsadviseur, Frederick Taylor Gates (1853-1929) uit Maine, en de oprichter van Microsoft, William Henry Gates III uit Seattle, beter bekend als ‘Bill’. Uit de stamboom van de Gates familie (PDF) blijken ze echter dezelfde voorvader te hebben: Peter Gates uit Dunmow, Engeland (1555-1605).

Uit de stamboom blijken verder de vele relaties met joodse families waaronder de bankiersfamilie Maxwell. Bankiersdochter Mary Ann Maxwell was Bill Gates’ moeder (Gates Family, 1555-2008, Outline Descent Trees, rootsweb.com). De Gates-familie is joods, aldus het genealogisch onderzoek van schrijver, wetenschapper en researcher Miles Mathis, wiens karakter, zoals bij vele invloedrijke waarheidszoekers, is vermoord met het daartoe geëigende instrument: Rationalwiki/Wikipedia (Miles Mathis; “Bill Gates Jewish Aristocrat”, 19 november 2017).

Ook de Rockefellers zijn een joodse familie zoals blijkt uit de bestseller van Stephen Birmingham uit 1967 “Our Crowd: The Great Jewish Families of New York”, waarin de familie als onderdeel van ‘Ons Volk’ maar liefst twaalf keer wordt genoemd (blz. 28, 250, 272, 275, 324 2x, 325, 341, 379, 380, 392, 482).

Bill Gates is gerelateerd aan de familie via zijn achterneef; Nelson Rockefeller, de 41st Vice President van de Verenigde Staten. (Bron: https://famouskin.com, 6 april 2021).

Gates’ eerste grootschalige vaccinatie-experiment met verrassend resultaat!
Twee van de zoons van Rockefellers bovengenoemde investeringsadviseur, Franklin Herbert (1888-1914) en Frederick Lamont Gates (1886-1933)  werden respectievelijk vice-president bij de Chase National Bank en vaccinatie-arts & -onderzoeker bij het Rockefeller Institute for Medical Research.

De door Rockefeller gesponsorde farmaceutische industrie verkreeg door de Eerste Wereldoorlog met het oproepen van uiteindelijk zes miljoen militairen iets waar ze nooit eerder over hadden kunnen beschikken, namelijk een ongekende ‘test pool’.

Frederick Lamont Gates gaf in januari en februari 1918 op basis van Pasteurs frauduleuze microbetheorie bij wijze van eerste experiment een nauwelijks getest vaccin tegen meningitis aan vijfduizend soldaten te Fort Riley, Kansas. Dit experiment werd uitgevoerd onder auspiciën van The Rockefeller Institute for Medical Research.

Een hoofdoorzaak van zware meningitis is de pneumokokkus bacterie, welke verschijnselen geeft als bekend van de Spaanse griep. (Vandaag de dag maken we echter onderscheid tussen pneumokokken meningitis en meningokokken meningitis).

Gates’ rapport uit juli dat jaar, geeft aan: “In sommige regimenten waren de vaccinaties vóór 5 februari voltooid.” De soldaten kregen drie vaccinaties met een week tussenpauze, zodat we er redelijkerwijs vanuit kunnen gaan dat de vaccinaties tegen het eind van februari waren gegeven.

Onmiddellijk na deze initiële inentingen door Gates brak hier echter in maart 1918 voor het eerst ter wereld de ‘Spaanse’ griep uit die zich, gelijktijdig met de uitrol van de wereldwijde vaccinaties, weldra over de hele wereld zou verbreiden. Dat de griep de ‘Spaanse Griep’ werd genoemd had te maken met het feit dat Spanje neutraal was in de Eerste Wereldoorlog en daarom niet haar pers censureerde, zoals de oorlogvoerende landen dat deden. Als resultaat was Spanje het eerste land dat melding deed en het land werd vervolgens tot ‘zondebok’ gemaakt als zijnde de bron.

Deze griep was zeer uitzonderlijk omdat hij dit keer juist massaal jonge, gezonde mannen dodelijk trof – uitsluitend na vaccinatie weliswaar – in plaats van de gebruikelijke verzwakte ouderen of zeer jonge kinderen. Dit was nog nooit eerder voorgevallen.

Liegen door ommissie
Gates begon met het schrijven aan zijn rapport over het meningitis vaccinatie-experiment, precies op het moment dat hier de Spaanse griep epidemie startte. Dit rapport getiteld “A Report on Antimeningitis Vaccination and Observations on Agglutinins in the Blood of Chronic Meningococcus Carriers” vermeldt opvallenderwijs echter helemaal nérgens dat er gelijktijdig sprake was van de uitbraak van een dodelijke ‘epidemie’. Gates moet lang nagedacht hebben over de inhoud van dit relatief beknopte rapport, met name hoe hij de besmetting kon uitleggen zónder de relatie te leggen met de vaccinatie, want het werd niet eerder gepubliceerd dan op 20 juli 2018.

Arts en ooggetuige, de verguisde en verzwegen Afro-Amerikaanse heldin dr. Eleonor McBean, rapporteerde op minutieuze wijze hoe in 1918 vervolgens onder andere repatriërende soldaten verplicht werden zich in te enten ‘vanwege mogelijke ziektes uit het buitenland’ en uitsluitend gevaccineerden kort daarop massaal het leven lieten aan de ‘Spaanse’ griep. Daarover meer in het volgende deel.

De obscure familie Gates
Het moge duidelijk zijn dat vaccinatieboer Bill Gates onder geen beding gerelateerd wil worden aan Frederick Lamont Gates als zijnde de werkelijke oorsprong van de Spaanse griep die, volgens de officiële schattingen, uiteindelijk 100 miljoen levens zou hebben gekost. Zijn huidige coronavaccinatie campagne zou door deze explosieve informatie maar kunnen mislukken.

Opvallend is verder dat het achtervoegsel van deze William Henry Gates III, oftewel ‘Bill’ niet overeenkomt met het aantal William Henrys dat aan hem voorafging. Uit de stamboom blijkt dat voor drie personen, te weten zijn vader, grootvader én zijn overgrootvader ‘William Henry’ als voornamen werden gebruikt. Waarom gebruikte Bill dan het achtervoegsel ‘III’ in plaats van ‘IV’?

Daarnaast blijkt uit zijn biografie dat Frederick Taylor Gates uit het verre Maine zich, júist op het moment van de geboorte van Bills grootvader in 1891, in de omgeving van Seattle (Puget Sound) bevond in verband met de aankoop datzelfde jaar en latere verkoop van een aantal Rockefeller-aandelen in de mijnbouw. Dit feit en de ontbrekende ‘William Henry’ uit de reeks van vier, zou er volgens sommigen op duiden dat Frederick Taylor in werkelijkheid Bills overgrootvader zou zijn (blz. 537-561, James E. Fell, “Rockefeller’s Right-Hand Man: Frederick T. Gates and the Northwestern Mining Investments”, The Business History Review, Vol. 52, No. 4 (Winter, 1978), gepubliceerd door The President and Fellows of Harvard College).

Sta op en zwijg niet langer!
Uit de bovenstaande geschiedenis blijkt eens te meer dat het coronavirus niet bestaat: De grondslag van het coronavirus, de virustheorie, blijkt te berusten op leugen en bedrog van persoonsgestoorde mensen en en toont daarmee dat het virus als ‘levensgevaarlijke externe bedreiger’ een verzinsel is, uitgebaat voor geldelijk gewin en macht. Als de basis frauduleus is, volgt daaruit dat het coronavirus niet kan worden aangetoond en dat is inderdaad het geval, zoals blijkt uit deel I.

“Artsen dienen medicijnen toe waarvan ze weinig weten, aan patiënten waarvan ze minder weten, om ziekten te genezen waarvan ze niets weten”, schrijft Voltaire. Dit gegeven is met de geënsceneerde coronapandemie actueler dan ooit: De basis van de medische wetenschap is verrot, hun beoefenaars gehersenspoeld. De gezondheidszorg is verworden tot een Frankenstein-monster dat onze vrijheid en zelfbeschikking wil afnemen. De marionetten van de overheid misbruiken haar valse aannames om het volk te traumatiseren met angstpropaganda zodat zij hun laatste grondrechten inleveren ‘in ruil voor veiligheid’.

Achter het masker van het coronavirus gaat een geheel andere wereld schuil.

Het resultaat zal slavernij zijn, zó fundamenteel dat de kern van wat mensen mensen maakt, zijn bewustzijn of ziel, gevangen zal worden in een transhumanistisch korset. Het is de verwezenlijking van een lang gekoesterde droom, de machinemens waartoe de ontmenselijking van de maatschappij reeds is ingezet. De mens zoals hij nog is, zal ophouden te bestaan. Tenzij we massaal ontwaken en de wereld zien in haar ware gedaante, ontdaan van maskers.

Want nog steeds is het niet te laat!

 


*Les médecins administrent des médicaments dont ils savent très peu, à des malades dont ils savent moins, pour guérir des maladies dont ils ne savent rien. (François-Marie Arouet ‘Voltaire’, 1694 – 1778).

 

Voor deel 1, klik HIER. Voor deel 3, klik HIER. Een PDF van het artikel kunt u HIER downloaden. Dit artikel mag vrij gepubliceerd en gedeeld worden maar wel met vermelding van de bron. Onderzoeksjournalistiek kost heel veel tijd: PLAGIAAT = DIEFSTAL!

DEEL I

DEEL III

Vaccinatie? Het virus bestaat niet! (III)


Deel onze artikelen en doorbreek de censuur
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Deel dit artikel!

Subscribe
Abonneren op
Mag uw echte naam zijn of een pseudoniem
Niet verplicht
14 Reacties
oudste
nieuwste meest gestemd
Inline Feedbacks
Zie alle comments
CommonSenseTV
nl Dutch
X
14
0
Wat is uw reactie hierop?x
()
x