Oprecht Onafhankelijk Nieuws & Opinies

HET GAAT NOG NIET SLECHT GENOEG – Karel Nuks

De natuurvorser

Op een goede dag besloot een natuurvorser een tocht te maken door de meest onherbergzame gebieden van de Andes. De westerse beschaving was nog nauwelijks tot deze streken doorgedrongen en hij meende dat er in deze ongerepte gebieden nog natuurlijke fenomenen op ontdekking lagen te wachten.

Hij was een beroemd man. Hij stond wijd en zijd bekend. Niet alleen in vakkringen maar ook was hij bekend en geliefd bij het grote publiek. Zijn documentaires waren vaak bekroond met prestigieuze onderscheidingen en hij was een welgesteld man. Hij was overal geweest en had veel gezien. Toch was hij nog steeds is staat zich te laten verwonderen door de dingen die hij tegenkwam. En hij was er altijd op uit zijn verwondering over de ontdekkingen die hij deed te delen met de wereld. Niet om de roem maar om de pure vreugde van verwondering om de rijkdom van de natuur. Hij ruilde met graagte zijn comfortabele appartement voor een tochtig onderkomen op een verlaten heuvel of een klamme tent aan de rand van een moeras, met als enig doel de wonderen van de natuur te kunnen aanschouwen en deze te delen met het grote publiek.

Hij was in zijn lange carrière de hele wereld overgetrokken. Hij had de koudste arctische streken en de heetste woestijnen bezocht. Hij was nat van het zweet door de regenwouden van Zuid-Amerika getrokken, had geleden onder de miljoenen kleine steekmuggen op de toendra’s van Siberië. Hij had gebivakkeerd op verlaten eilanden in de Pacific, was afgedaald in de diepste troggen van de oceanen en had de hoogste toppen van de Himalaya beklommen. En toch zou hij op deze tocht iets zien wat hij in zijn lange carrière nog nooit had gezien of meegemaakt.

De tocht

Na een lange vliegtocht naar de hoofdstad van een van de Andes-landen, reed hij per jeep de binnenlanden in. En naarmate de tocht vorderde, beklommen zij langzaam maar zeker de voetheuvels van de Andes en op het einde van de derde dag kon hij de hoge toppen in de verte zien. De wegen werden allengs smaller en slechter totdat hij gedwongen was zijn jeep om te ruilen voor een robuust ezeltje. Samen met een plaatselijke gids ging hij verder tot hij na nog eens tien dagen lopen in een dorp in een diepe vallei arriveerde. Het was in dit dorp dat de natuurvorser voor het eerst hoorde over het bijzondere verschijnsel waar hij later oog in oog mee zou staan.

Een bijzonder fenomeen

Iedere bezoeker in het afgelegen bergdorp was een bijzonderheid. En zeker een westerling trok de belangstelling van de plaatselijke bevolking. Het duurde dan ook niet lang of de natuurvorser en zijn gids werden ontboden bij het dorpshoofd. Nadat hij hen welkom had geheten vroeg het dorpshoofd, via tussenkomst van de gids die ook als vertaler optrad, wat het doel van de natuurvorser was om zo ver de Andes in te trekken. De natuurvorser vertelde van zijn verre reizen en het doel van zijn tocht door deze afgelegen gebieden.

Toen het stamhoofd begrepen had dat de natuurvorser op zoek was naar bijzondere natuurverschijnselen, vertelde het stamhoofd over een afgelegen dorp op een hoogvlakte waar “el hombre que amaba a las águilas como los pollos” woonde. Met stijgende verbazing hoorde de natuurvorser het verhaal aan.

Het verhaal kwam hem zo ongelofelijk voor dat hij erop stond het waarheidsgehalte van het verhaal van “el hombre que amaba a las águilas como los pollos” zelf na te gaan. Volgens het stamhoofd zou in dat verre, afgelegen dorp namelijk een man wonen die adelaars hield als waren het kippen.

De natuurvorser en zijn gids gingen de volgende dag vroeg op weg naar het dorp waar “el hombre” zou wonen. Het stamhoofd had verteld dat het dorp lag aan de rand van een hooggelegen bergplateau aan de rand van een diep ravijn op acht dagen gaans van hun eigen dorp.

Toen de natuurvorser en zijn gids na een tocht vol ontberingen laat in de middag het bergdorp vonden, brandde de hij van nieuwsgierigheid om kennis te maken met deze merkwaardige “el hombre” die adelaars hield als waren het kippen. Het bergdorp was niet meer dan een schamele verzameling robuuste berghutten van gestapelde stenen, dat zich wanhopig vastklampte aan de rand van de klip, precies zoals het dorpshoofd had beschreven. En daar ergens, in dat dorp, woonde “El hombre que amaba a las águilas como los pollos.”, de man die adelaars hield als waren het kippen.

Gevonden!

De natuurvorser en zijn gids waren al van verre opgemerkt en het hele dorp was uitgelopen. Een paar nieuwsgierige jochies met gerafeld kleren en snotneuzen, waren maar al te bereid om hem de weg te wijzen. En jawel, iets buiten het dorp, aan de uiterste rand van het plateau, stond een kleine, ietwat verzakte berghut met een laag vervallen muurtje eromheen. De natuurvorser klopte aan en een morsige man op blote voeten en gekleed in een groezelige trui vol gaten, opende de deur. De gids vertelde de man wat het doel van hun bezoek was en vroeg of hij “el hombre que amaba a las águilas como los pollos.” was. De man lachte en vroeg de natuurvorser de volgende dag terug te komen. De adelaars zaten als op stok, vertelde hij. “Het is echt waar”, zei de man. “Ik had ze net opgehokt voor de nacht toen u arriveerde. Ieder zit op zijn eigen plek op de stok net als kippen. De hoogste in rang zit bovenaan. Kom morgen maar terug, señor, dan ziet u het zelf”.

Na een slapeloze nacht was de natuurvorser al vroeg op en liep snel naar het huisje. Hij klopte aan, el hombre deed open en met een handgebaar noodde hij de natuurvorser om hem te volgen.

De ‘adelaars’

Achter het woninkje zag de natuurvorser een provisorisch getimmerde kippenren. Een kippenren gevuld met ……. adelaars. Het verschijnen van een vreemde veroorzaakte grote paniek onder de adelaars, die verschrikt rondfladderden en onder het slaken van schrille kreten zo ver mogelijk achter in het hok dekking zochten. Na enige tijd keerde de rust in de kippenren terug en de adelaars begonnen weer de dingen te doen die men gebruikelijk kippen ziet doen. Ze scharrelden wat in het rond, pikten naar kleine insecten en naar de maïskorrels die de man rondstrooide. Soms vlogen ze elkaar in de veren om de rangorde onderling te bevestigen. Toen er een stipje in de hoge lucht verscheen, stoven ze verschrikt naar het hok. “Ja, ja”, zei el hombre, “ze zijn zelfs bang voor hun soortgenoten zodra die zich laten zien.”

De natuurvorser kon niet geloven dat zulke trotse en wilde vogels, gemaakt om op de brede sterke luchtstromen langs de toppen van de Andes te zweven, zich lieten opsluiten en zo gedroegen. “Sterker nog”, lachte de man, “ze willen niet eens meer weg”. Dat vond de natuurvorser wel het toppunt. Hij vroeg of hij de vogels wat langere tijd mocht observeren. ‘No problemo’, volgens el hombre.

Angst voor vrijheid

De volgende morgen was de natuurvorser bij het eerste licht terug in het tuintje van ‘el hombre’. Deze opende het hok, strooide wat maïskorrels en zette vers water neer. Schoorvoetend kwamen de adelaars het hok uit toch wat beschroomd wegens de aanwezigheid van een vreemde. Toen ze de maïs ontdekten echter, waren ze er letterlijk als de kippen bij. Tevreden pikten de adelaars naar de maïs en scharrelden rond in het schaarse stugge gras op zoek naar een krekel of wurmpje. Het was een verbazingwekkend gezicht en de natuurvorser was met stomheid geslagen. In elk opzicht gedroegen ze zich zoals kippen. Hoe was het mogelijk! Slechts een laag muurtje scheidde deze majestueuze vogels van de vrijheid. Wat weerhield hen om op de wieken te gaan? Te zweven langs de steile hellingen, speurend naar een onvoorzichtige bergmarmot, een gemsbok of een andere prooi? Dat was toch hun natuur? Dat zat toch in hun bloed?

Misschien konden ze de weidsheid van de bergen niet zien door het muurtje dat het achterplaatsje omzoomde, bedacht de natuurvorser.

Hij vroeg el hombre of hij een adelaar mocht optillen om hem de weidsheid te tonen. “Maar natuurlijk, señor”, lachte el hombre, “Wees voorzichtig. Ze zullen naar u pikken en hun klauwen uitslaan. Maar u zult zien dat ze niet weg willen”. En toen de natuurvorser de grootste adelaar had opgepakt en naar de rand van het plateau droeg, krijste de vogel verschrikt en sloeg angstig met de vleugels in een poging zo snel mogelijk terug naar de veiligheid op het beschutte achterplaatsje terug te keren. Een tweede adelaar reageerde hetzelfde en toen een derde.

Conditionering

De natuurvorser stond voor een raadsel en vroeg el hombre wat hij had gedaan om de adelaars te doen geloven dat zij kippen waren. “Het is heel eenvoudig, señor”, legde hij uit, “als je het dier maar lang genoeg behandelt of het een kip is, te eten geeft of het een kip is en huisvest of het een kip is, vergeet het op den duur vanzelf zijn ware aard”. De natuurvorser stond perplex; zo eenvoudig kon het toch niet zijn? “Zeker wel, señor”, lachte el hombre, “De jonge adelaars die worden geboren, nemen precies dat over wat ze zien en blijven dus ook keurig hier. In de veiligheid van het achterplaatsje en het kippenhok”. Een redelijke behandeling en regelmatig wat voer, vers water, enige beschutting tegen de elementen, deed de rest, volgens el hombre.

“Maar”, sprak de natuurvorser, “adelaars zijn toch uitstekend aangepast aan het wilde leven. Het naakte feit dat ze er zijn, is het bewijs van hun evolutionaire succes”. “Maar toch blijven ze bij mij, señor”, grinnikte el hombre.

Zekerheden wegnemen

De natuurvorser nam zich voor de adelaars terug te laten keren naar hun natuurlijke omgeving. Het kostte veel praten en overtuigingskracht om el hombre te laten inzien dat het opsluiten van de adelaars geen goede zaak was. Schoorvoetend ging el hombre tenslotte akkoord om te proberen de adelaars hun vleugels weer uit te laten slaan.

Eerst probeerden ze het door het muurtje rondom het achterplaatsje te slopen. Zo kregen de adelaars vrij zicht op de diepe valleien, steile hellingen en de hoge toppen van hun natuurlijke leefomgeving. Het enige effect was dat de adelaars de eerste week na het slopen van het muurtje nauwelijks het kippenhok uit durfden. Na een week waren ze eraan gewend en begonnen weer rond te scharrelen op het erf maar bleven opvallend ver weg van de sprong naar de vrijheid.

Toen besloten ze het voer van de adelaars weg te nemen. Misschien dat honger hen ertoe zou brengen buiten de grenzen van het erf naar voedsel te gaan zoeken. Maar dat had alleen tot resultaat dat er een paar buiten het achterplaatsje rondom het huis wat gingen scharrelen. Maar op het eerste vermoeden van onraad, stoven ze terug naar de veiligheid van het achterplaatsje. De adelaars werden magerder omdat ze niet langer werden bijgevoerd en onder elkaar vochten ze om de schaarste krekel of spin die ze aantroffen in het stof van het achterplaatsje. Iedere avond keerden alle adelaars terug naar de beschutting en veiligheid van het hok en gingen gezamenlijk op stok. En ondanks dat de deur van het hok openbleef naar de vrijheid kozen de adelaars ervoor om in het hok te blijven.

Freedom, at last

In een laatste poging de adelaars te dwingen, besloten de natuurvorser en el hombre om het kippenhok af te breken. Toen ze de volgende dag het hok hadden gesloopt, gebeurde er eigenlijk niets. Tegen de avond, de tijd dat de adelaars gewend waren op stok te gaan, was er grote onrust onder de adelaars.

Maar pas de volgende morgen, toen de adelaars een onrustige nacht hadden doorgebracht, dicht tegen elkaar aangekropen om nog enige beschutting te vinden, was er één vogel die langzaam maar zeker naar de rand van het plateau scharrelde waar vroeger het muurtje stond. De natuurvorser en el hombre keken ademloos toe. Voorzichtig naderde de vogel de rand van het plateau en keek in de leegte. Hij strekte zijn vleugels en krijste en krijste. Met een laatste woeste kreet, stortte de vogel zich in de leegte en verdween uit het zicht. Na enkele ogenblikken van intense spanning zagen de natuurvorser en el hombre hoe de vogel gedragen door de wind langzaam cirkelend hoogte won. Ze tuurden de vogel na tot hij niet groter was dan een minuscuul stipje tegen het oneindige blauw van de hemel.

De moraal van het verhaal? Het gaat duidelijk nog niet slecht genoeg

Zo vlak na de verkiezingen is de uitslag al duidelijk. Ruim 20 procent heeft gestemd op een criminele organisatie. De rest stemde op een partij (D66) die de D van democratie duidelijk heeft ingewisseld voor de D van Dictatuur. Coronadicatuur, Europadictatuur, milieudictatuur, streep door wat niet van toepassing is.

De volksvertegenwoordiging is voorzien van een lading verse ja-knikkers. De enige die zich met recht volksvertegenwoordiger mag noemen, de heer Omzigt, wordt weggezuiverd. Partijen die hun onvoorwaardelijke medewerking hebben verleend aan de dictatuur, komen in aanmerking om te worden uitverkoren om in de coalitie te komen. GSP en GPV zijn al gekocht middels een ontheffing om gewoon naar de kerk te mogen met zijn allen.

Een groot deel van de kiezers is rücksichtslos bij het grofvuil gezet om onder de dictatuur tot tweederangsburger te worden gebombardeerd. Nappies lopen in paradepas in blinde aanbidding achter Redder Rutte aan.

Dat alles gaat pas veranderen wanneer de nappies in de gaten krijgen dat al hun zekerheden langzaam maar zeker worden gestript. En pas wanneer ze zelf ze met hun rug tegen de muur staan, zullen ze misschien gaan nadenken en een andere keuze maken.

Tot die tijd zijn ze tevree met mondluierplicht, gentherapie, ingeblikt gejuich bij Ajax-Feyenoord, belasting betalen voor gemarginaliseerd onderwijs en afgeschaalde gezondheidszorg, coronapropaganda en het heulen met fascisten.

Vrijheid!

Karel Nuks

Deel dit artikel!

Subscribe
Abonneren op
guest
Mag uw echte naam zijn of een pseudoniem
Niet verplicht
1 Reactie
oudste
nieuwste meest gestemd
Inline Feedbacks
Zie alle comments
CommonSenseTV
nl Dutch
X
1
0
Wat is uw reactie hierop?x
()
x