NederlandsEnglishFrançaisDeutschItalianoEspañol

Deel I: Onze falende democratie – OVER HET ZWAKTEBOD EN ARMOE TROEF

Dit is Deel I van een serie van 6 artikelen waarom onze democratie faalt.

OVER HET ZWAKTEBOD EN ARMOE TROEF

De reuring rondom het covid-virus zal zonder twijfel de geschiedenisboekjes in gaan. En de toekomst zal leren of regeringen wereldwijd als staatslieden van formaat worden beschreven in die geschiedenisboekjes of als
jammerlijke klunzen. Helaas worden de geschiedenisboekjes altijd geschreven door de overwinnaar. En vanuit die optiek vrees ik dat de kans op geschiedvervalsing nogal groot is.

Echter, onze democratie faalt op epische wijze. En niet alleen tijdens de bestrijding van het covid-virus maar ook daarvoor was daar al ruimschoots sprake van. Laten we eens kijken hoe dat komt en aan de basis beginnen.

Politieke partijen – hun relevantie
Elk jaar zien we hetzelfde ritueel wanneer de cao-besprekingen in de diverse sectoren van start gaan.

Gekissebis tussen vakbondsbestuurders en werkgevers, gemarchandeer op de vierkante millimeter. Ook de Nederlandse staat als grootste werkgever ontkomt hier niet aan. Bestuurders, zeg ministers of hun afgezanten, moeten onderhandelen met vakbonden over de poen en arbeidsvoorwaarden van bijna 920.000 ambtenaren (bron: BiZa – jaar 2018). Wat bijna jaar in en jaar uit opduikt is dat men in Haagse kringen de representativiteit van de vakbonden betwijfelt.

Wie vertegenwoordigen die nou en hoeveel leden zijn ze de laatste jaren niet kwijtgeraakt, nietwaar?

Wat zeggen de cijfers eigenlijk?

Volgens het CBS waren er in 2018 zo’n 1,7 miljoen mensen lid van een vakbond. Dat is zo’n 19% van de beroepsbevolking. Dat lijkt mij, en u mag uiteraard van mening verschillen, een representatief aantal.

Laten we deze cijfers eens vergelijken met politieke partijen.

In januari 2019 hadden politieke partijen in totaal 315.019 leden (Bron: Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen).

Volgens het CBS waren er in maart 2019 zo’n 13 miljoen kiesgerechtigde Nederlanders. Met 315.000 leden betekent dit dat slechts 2,4% van de kiesgerechtigden lid is van een politieke partij.

Vakbonden vertegenwoordigen dus bijna acht keer van wat politieke partijen vertegenwoordigen. Het is nogal aanmatigend om als politicus dan vragen te stellen bij de relevantie en invloed van de vakbonden.

Politieke partijen als exclusief leverancier
Uit die 315.000 partijleden putten de partijen alle mensen om politieke functies in Nederland te vervullen.

Of we het nu hebben over een voetbalclub, muziekvereniging of hengelsportvereniging, het is overal hetzelfde. En daar bedoel ik mee dat een klein aantal leden de kar trekt, nog een paar nog wel eens iets wil doen maar de overgrote meerderheid op de kar zit voor het ritje en achterover leunt.

Ik maak me geen illusies dat politieke partijen in dezen fundamenteel verschillen van andere verenigingen in ons land.

Laten we zeggen dat, net als bij andere verenigingen, 10% van de leden van politieke partijen inderdaad actief is; ze zitten in het lokale of regionale bestuur (of beiden), schrijven pamfletjes, doen voorstellen naar de partijtop en alles wat komt kijken bij het besturen van de vereniging zelf. Het is billijk om te stellen dat het aantal actieve politieke partijleden op 32.000 zal uitkomen. Maar niet iedereen die actief is in de partij zal ook bereid zijn een politieke functie te gaan vervullen.

Dat getal zal waarschijnlijk lager uitvallen. Maar dat kan ik middels cijfers niet hard maken.

Dus laten we uitgaan dat binnen politieke partijen zo’n 32.000 personen bereid zijn een politieke functie te gaan vervullen. Dat lijkt best veel 32.000 mensen.

Voor alle duidelijkheid, de heer Fortuyn, hij zat zeer dicht op het Haagse wereldje, was van mening dat dit er slechts 20.000 personen bereidt zijn een politieke functie te gaan vervullen. (Bron: De puinhopen van acht jaar Paars – 2002). In die zin is 32.000 nog zeer coulant.

Hoe ziet die politieke arbeidsmarkt, de markt van vraag en aanbod, er dan uit?

Volgens de Vereniging Nederlandse Gemeenten zijn er 8914 raadsleden in Nederland, zo’n 1144 wethouders en 355 burgemeesters.

Verder zijn er bij elkaar 630 gedeputeerden en statenleden. En dan in het Haagse 33 leden van het kabinet, 150 leden in de Tweede en 75 in de Eerste Kamer. Vervolgens zijn daar nog de waterschappen. Dijkgraven, heemraden en ingezetenen, bij elkaar 741 functies.

In totaal zijn dat 12.042 politieke functies. En die moeten vervuld worden door te vissen in een vijvertje waar slechts 32.000 visjes in zwemmen. Voor elke politieke functie zijn er dus zegge 2,63 kandidaten.

Wanneer je uitgaat van 20.000 beschikbare personen, het aantal dat de heer Fortuyn noemde, ligt het aantal kandidaten per functie op 1,65 per functie.

Kortom, het aantal kandidaten per functie is buitengewoon schaars. En van die kandidaten, rijp en groen, moet je nog maar afwachten of ze überhaupt geschikt zijn voor de politieke functie waar ze op terecht komen.

Per slot van rekening is er geen school of cursus waar je een diploma kunt, of moet halen waarmee je je politieke rijvaardigheid aan kunt tonen, nietwaar?

Het is blijkbaar een ‘al-doende-leert-men’-verhaal. Raar, als je je bedenkt dat je om een brommer te mogen rijden al een examen moet afleggen en om iemands haar te mogen knippen twee jaar een beroepsopleiding moet volgen.

Op het pluche belanden ongeacht gebleken geschiktheid
Nu weet ik niet hoe u daar over denkt, maar een werkgever die een functie vacant heeft en daar zegge 2,6 kandidaten voor op gesprek krijgt, heeft niet echt ruime keuze. En iemand die solliciteert op de functie van accountant met een kappersdiploma op zak is bij voorbaat kansloos, toch?

Dus die werkgever krijgt in elk geval 2,6 sollicitanten die in grote lijnen voldoen aan de eisen die hij stelde; er valt wat te kiezen.

Maar stel er komen geen geschikte sollicitanten voor de vacature van accountant. Zou hij dan maar een ingenieur op die functie aannemen? Of een iemand uit de sociale sector? Nee, natuurlijk niet.

Maar in de politiek is dat helemaal geen probleem. Althans, men denkt dat het geen probleem is.

Wanneer de coalitie is gevormd, ongeacht of dit op gemeentelijk, provinciaal of landelijk niveau is, moeten de functies ingevuld worden. Je wilt de juiste persoon op de juiste stoel, nietwaar?

Maar het is niet gezegd dat de coalitie precies die juiste mix van vakinhoudelijke kennis, organisatorisch inzicht, bestuurlijke vaardigheid en financieel doorzicht heeft om op elke stoel een competente persoon te zetten.

Die kans is net zo groot als een spel kaarten in de lucht gooien en ze vallen in volgorde op de grond. En vergis u niet, deze lieden beheren portefeuilles van tientallen of honderden miljoenen Euro’s in gemeenten en provincies of miljarden zoals in Den Haag.

Toch wordt het pluche altijd gevuld en je hoort nooit dat er vraagtekens gesteld worden bij de vakinhoudelijke competentie van een bestuurder.

We gaan weer even naar die werkgever. Stel dat de accountant die hij had aangenomen plots ziek wordt, zou hij deze dan vervangen door een salarisadministrateur of een juridisch medewerker? Nee, natuurlijk niet. Dat zijn immers volstrekt verschillende takken van sport.

Ook wat dat betreft zijn de signalen vanuit de politiek niet bemoedigend. Want wanneer er ergens een gaatje valt in het college van B&W, GS of kabinet, speelt men de stoelendans en belandt een minister vanuit post A pardoes op post B en iemand anders schuift weer moeiteloos op het pluche van post A.

Concreet voorbeeld, kijk hoe toeging toen in 2019 Ollongren wegviel. Dossierkennis of inhoudelijk competent? De hele politieke kaste doet alsof dat geen enkel probleem is en ‘heeft er wel vertrouwen in’.

Da’s mooi, dat vertrouwen, maar ik zie dat graag onderbouwd met feiten en prestaties uit het verleden.

Wanneer je het doopzeel licht van veel politici, tref je nauwelijks lieden die een echte baan hebben gehad maar veelal lieden die voortdurend gehobbyd hebben in de politiek en/of aan de staatsruif hebben gehangen.

Van enig ‘met je poten in de modder’ is zelden sprake. Wandelgangen- en vergadertijgerervaring zat maar hoe het eraan toegaat op de werkvloer van een bedrijf waar echt moet worden aangepoot, is letterlijk en figuurlijk een andere wereld. Een voor hen totaal onbekende wereld.

Zelfs wanneer we dat buiten beschouwing laten, geven de prestaties van bestuurders (en volksvertegenwoordiging) genoeg reden tot zorg.

Denk even aan het doodgeboren kindje ‘de participatiemaatschappij’ van Rutte, de ‘krachtwijken’ van Vogelaar en het C2000-avontuur en de reorganisatie van de politie door Opstelten en kompaan Teeven.

Maar de lijst is eindeloos, nietwaar?

Welk soort mensen zou graag op een verkiesbare plaats staan eigenlijk?

Zijn dat de mensen die ‘het spel’ leuk vinden of juist de vakinhoudelijk deskundige mensen? Vakinhoudelijk deskundigen gaan voor de inhoud en willen ook besturen op grond van inhoud, van feiten, van getallen, onderbouwing.

Allemaal zaken die voor onze politieke bestuurders nauwelijks relevant lijken maar vooral ‘het spel’ lijken te waarderen.

Ondanks dat de Algemene wet bestuursrecht voorschrijft dat men dient te besturen op grond van de Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur (ABBB), zie je dat meer niet als wél gebeuren.

De ABBB schrijft onder andere ‘dingetjes’ voor als geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of Grondwet, zorgvuldigheid in besluitvorming, feitelijke en begrijpelijke onderbouwing van besluiten, fair play, rechtszekerheid voor de burger en het nakomen van gedane toezeggingen.

Ik ga uw tijd niet verbeuzelen met voorbeelden die moeten aantonen in welke ruimte mate politici in bestuurlijke en wetgevende kwaliteit tekortschieten. Ik verwijs naar de lezing van voormalig vicepresident van de Raad van State Tjeenk Willink met als titel ‘De verwaarloosde staat’.

Hij hield deze op 30 oktober 2013 in de Rode Hoed in Amsterdam.

Ik citeer:
‘Het kost de volksvertegenwoordiging en de wetgever steeds meer moeite het evenwicht tussen democratie en rechtsstaat, tussen politieke en maatschappelijke diversiteit en eenheid te bewaren. Burgers voelen zich vaak niet meer politiek vertegenwoordigd. De politiek is “verbestuurlijkt”. De politieke legitimatie is verzwakt. De wetgeving wordt vooral als bestuursinstrument ingezet
en de aandacht voor de eisen van de rechtsstaat is bij politieke bestuurders gering.’

En hij gaat even verderop verder:
‘Staatsrecht werd verdrongen door bestuursrecht; staatkunde door bestuurs- en bedrijfskunde. Dat is een belangrijke handicap bij het bewaken van de constitutionele spelregels en het onderhouden van het besef dat het niet gaat om de Staat als bedrijf, maar om de staat van het recht; niet om de staat van het bestuur, maar om de Staat van de burger. Einde citaat

Tot slot
Ik laat het aan uzelf over om uw eigen conclusies te trekken. Mijn conclusie is simpel; er is een schrijnend gebrek aan bestuurlijke en wetgevende kwaliteit in Nederland die de oorzaak is van een scala van diepgaande maatschappelijke problemen.

Problemen waarvan de fall out terecht komt bij u, de belastingbetalende burger.

De fall out van de reeks desastreuze Haagse beslissingen in de periode maart 2020 tot heden zal van ongekende omvang zijn en de kinderen van onze kinderen nog treffen.

Ik waag me aan deze voorspelling en de geschiedenis zal mijn gelijk of ongelijk aantonen.

Welke versie in de geschiedenisboekjes komt, valt te bezien.

Bedenkt u daarbij wel dat de overwinnaar ze schrijft. In Spaanse geschiedenisboekjes zal de rol van Willem van Oranje, de stichter des vaderlands, beslist anders worden weergegeven dan in de Nederlandse.

In de ogen van koning Philips de Tweede van Spanje was hij immers slechts een rebel.

Het volgende deel gaat over het de mythe van de invloed van de kiezer.

Ik wens u allen wijsheid.
Karel Nuks

Willem van Oranje

 

4.4 7 votes
Artikelbeoordeling
Subscribe
Abonneren op
3 Reacties
meest gestemd
nieuwste oudste
Inline Feedbacks
View all comments
Carla

Dank voor uw moeite om op deze manier een gefundeerde mening en intellectuele invalshoek over de politiek met ons te delen.
Ik ben weer iets wijzer geworden, nogmaals dank daarvoor.

Jan Janssen

Leerzaam artikel.

Gedenk Pim Fortuyn!!!

[ p.s. die W.v. O was een verrader.
Johan van Oldenbarnevelt is onze ‘vader des vaderlands’. ]

Rients

Onze democratie faalt omdat we geen democratie hebben. Goed beschouwd leven we in een dictatuur, geregeld en beheerd door de partijelites van regentenpartijen, met een staatshoofd die niet afstamt van Willem de Zwijger. Vanaf zijn tijd blinken de ‘Oranjes’ uit in lafheid. Maurits, Goejanverwellissluis, Napoleon, WO II, om maar 4 te noemen.
Om democratie heel goed te benaderen zou gekozen moeten voor het AS-systeem (https://alternatiefstaatsbestel.nl/doelstelling) met een mogelijke uitwerking onder het Ruwe Raamwerk. Ben benieuwd naar je mening!

Doe normaal…en  DRAAG HET UIT!

THIERRY BAUDET'S NIEUWE BOEK

POLITIEK VAN HET GEZOND VERSTAND

Van: Thierry Baudet

24,95 bij Succesboeken

Laatste nieuws

EURODYNAMYCA

Van: Jean Wanningen

19.95 bij succesboeken.nl
DE BILDERBERGS CONFERENTIES

Van: G.Aalders

22,50 bij Succesboeken
3
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x