NederlandsEnglishFrançaisDeutschEspañol

Column Karel Nuks – OVER VRIJHEID VAN MENINGSUITING EN CENSUUR

OVER VRIJHEID VAN MENINGSUITING EN CENSUUR

Het Sovjet-Russische tijdperk kende volledige vrijheid van meningsuiting, aldus de Communistische Partij. Een schrijver die een boek wilde publiceren, was vrij dat te doen. Het Westen vroeg waarom boeken van dissidente schrijvers dan niet werden uitgegeven. Het antwoord was dat ze er geen geïnteresseerde uitgever voor konden vinden. Goh, wat jammer nou. De clou was uiteraard dat er maar één uitgever was in de USSR; de door de Communistische Partij aangestuurde Staatsuitgeverij.
Manuscripten van dissidente werken werden daarom het Oostblok uit gesmokkeld en uitgegeven in het Westen. Aleksandr Solzjenitsyn schreef de Goelag Archipel (uitgegeven Parijs, 1973). Het beschrijft de onmenselijke omstandigheden in de ‘correctieve’ sovjetwerkkampen voor ‘heropvoeding’ van dissidenten. Vassili Grossman, een Russisch-joodse schrijver en oorlogscorrespondent, schreef Leven en Lot. Het beschrijft wat een Russische familie overkwam tijdens WOII. Een boek over mensen in zware tijden onder het regiem van Stalin; oorlog, honger, op de drempel van de gaskamers. Ook dit boek werd verboden, Rusland uit gesmokkeld en in 1980 uitgegeven in het Westen.

Een kenmerk van totalitaire regiems is dat de vrijheid van meningsuiting vrij is zolang het een mening is die de staat heeft goedgekeurd. Andere meningen worden actief bestreden of publicaties worden onmogelijk gemaakt. Hetzelfde fenomeen zien we thans in onze samenleving, of wat daar nog van over is. Er circuleren plannen dat Den Haag en Brussel dat men ‘nepnieuws’ over corona bij wet zal gaan verbieden.
Daarmee scharen deze ‘democraten’ zich in een rij illustere voorgangers: Stalin, Chroesjtsjov, Brezjnev, Mao Zedong, Hitler, Poetin, Pinochet. Wat dichter bij huis, soortgelijk dictatoriaal volk: Franco (Spanje), Papadopoulos (Griekenland), Ceaușescu (Roemenië), Salazar (Portugal), Hoxha (Albanië), Honecker (DDR). Nog recenter, Erdohan (Turkije). Het recentst, Rutte: ‘In een democratie is ieder vrij om zijn mening te koesteren’, en tegelijkertijd smeedt hij plannen om de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen.
Vrijheid van meningsuiting is een van de eerste sensoren die registreert dat het met democratie en burgerrechten de verkeerde kant op gaat.

VRIJHEID VAN MENINGSUITING ONDER DRUK
Dat de vrijheid van meningsuiting onder druk staat is niet nieuw. Het wordt misschien nog het best geïllustreerd door het contrast tussen de islamitische en westerse wereld. Salman Rushdie publiceerde in 1988 het boek ‘De Duivelsverzen’ en zag een fatwa, een doodvonnis, over zich uitgesproken door de toenmalig religieus leider van Iran, ayatollah Khomeiny. In 2005 was er in Denemarken commotie wegens de Mohammed-cartoons. De schrijver Kaare Bluitgen vond geen tekenaar voor zijn kinderboek over Mohammed. De Jyllands-Posten verzocht toen tekenaars om een karikatuur van Mohammed te maken voor een artikel over zelfcensuur en vrijheid van meningsuiting. Moslims (maar ook niet-moslims) namen er aanstoot aan en zagen ze als provocatie, beledigend of godslasterend.
Parijs, 7 januari 2015. Extremistische moslims plegen een aanslag op de redactie van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo. 12 doden; vrijheid van meningsuiting is terroristen niet welgevallig. Media en politiek buitelden over elkaar heen om hen te veroordelen. Nu demoniseren ze zelf andersdenkenden.

 

In het westen is het maar pietsje beter gesteld. Amerikaanse acteurs, zoals bijvoorbeeld George Clooney, die vragen stelden over de legitimiteit van Irak-oorlog en de aanwezigheid in Afghanistan, werden in een verdacht daglicht gesteld. Michael Moore maakt maatschappijkritische documentaires. In Bowling for Columbine stelt hij de absurditeit van het vrije wapenbezit in Amerika aan de kaak. In Fahrenheit 9/11 doet hij een boekje open over de politieke corruptie en vriendjespolitiek de Bush-clan. Hij wordt gezien als een verwerpelijk, links, anti-Amerikaans stuk verdriet dat de mond gesnoerd zou moeten worden. Disney bijvoorbeeld weigerde om zijn documentaires te distribueren.En internetcensuur is aan de orde van de dag en wordt vaak aangewakkerd door economische belangen.

 

 

ONDERZOEK LANGS VERSCHILLENDE BRONNEN
Vrijheid van meningsuiting is een essentieel en centraal begrip in een democratie. De vrijheid om zonder angst voor vervolging je mening te kunnen uiten, vinden we zo belangrijk dat ze verankerd zijn in fundamentele rechtsbronnen. Om een beeld te krijgen hoe dat grondrecht is verankerd kijken we naar die bronnen: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de Universele Islamitische Verklaring van de Rechten van de Mens, het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, de Grondwet en daarna naar de beperkingen op de vrijheid van meningsuiting.

DE VERKLARING VAN DE UNIVERSELE RECHTEN VAN DE MENS
De Verklaring kent twee versies: een westerse versie en een islamitische versie; een veeg teken.
Het woord universeel betekent volgens de Dikke van Dale: ‘over de hele wereld, bij iedereen, overal voorkomend, op iedereen betrekking hebbend’. Maar blijkbaar zijn die rechten minder universeel dan het woord universeel uitdrukt en afhankelijk van een bepaalde invalshoek. Hoe zit dat dan in elkaar?

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens – Westerse versie
De Universele Verklaring werd aangenomen door de VN in 1948 en beschrijft de basisrechten van de mens. Wonderlijk genoeg is deze niet bindend maar is tegelijk wel de basis voor twee wel bindende VN-verdragen over de mensenrechten, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
De Universele Verklaring wordt nog steeds aangehaald door wetenschappers, advocaten en grondwettelijke rechtbanken. Het discussiepunt is of onderdelen van de verklaring overeenkomen met de gebruikelijke internationale wetgeving. De meningen hierover zijn wereldwijd verdeeld, vanaf een enkel onderdeel tot aan de gehele verklaring. Vooral niet-westerse, islamitische landen betwisten het universele karakter. Het waarom, daar kom ik straks op terug. Wat zegt westerse versie over de vrijheid van meningsuiting?

 

Artikel 19 – Eenieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

Van belang is ook artikel 30. Dat zegt glashelder dat niets of niemand het recht heeft op enige wijze deze rechten te schenden, te ondergraven of te beperken. De Universele Verklaring verwijst niet naar enig ander document. Op deze manier is zij in zichzelf één. En dat is direct ook het grote verschil met de ..

Islamitische Universele Verklaring van de Rechten van De Mens
Deze stamt uit 1981. Velen in de islamitische wereld waren het oneens met de Universele Verklaring. Die kwam tot stand kwam zonder de islamitische wereld hierin te kennen. Dat lag ook wat moeilijk. In 1948 stonden veel van deze staten nog onder koloniaal bestuur of westers protectoraat. Ze waren daarom niet in de gelegenheid de Universele Verklaring te ondertekenen. En bovendien ging de westerse Verklaring totaal voorbij aan het gegeven dat de islamitische maatschappij wordt vormgegeven door de Koran. Wat zegt nu de Islamitische Verklaring over dezelfde onderwerpen?

Artikel XII. Recht op vrijheid van levensovertuiging, ideeën en meningsuiting. Dit artikel zegt in grote lijnen hetzelfde als de Universele Verklaring over de vrijheid van meningsuiting. Tevens wordt het recht tot protest tegen onderdrukking, verspreiding van informatie en respect voor andere levensovertuigingen genoemd.
Maar geeft tegelijkertijd verbied het artikel zoals smaad of belastering en beperkt het artikel het verspreiden van onwaarheden en informatie.

In de originele tekst wordt drie keer verwezen naar ‘de wet’. In artikel 24 blijkt dat de Sharia te zijn. De Sharia is de enige referentiebron om alle bepalingen uit de Islamitische Verklaring uit te leggen of te verduidelijken. (8. Sharia) Daarmee ligt de Sharia als het ware bovenop de Islamitische Universele Verklaring. Vanuit westers perspectief wekt dit de indruk dat gelijkheid van met name van vrouwen en religieuze minderheden zo wordt genegeerd of omzeild. De Westerse Verklaring daarentegen verwijst naar geen enkel ander document; zij ligt bovenop de stapel.

DE NEDERLANDSE GRONDWET
Artikel 7 behandelt de vrijheid van meningsuiting. Het zegt dat iedereen vrij is om zijn gedachten of gevoelens te delen via de drukpers, radio, tv of enig ander middel. Er zijn beperkingen aan handelsreclame en vertoning van porno aan minderjarigen.
Echter, in het artikel wordt tevens vier keer verwezen naar ‘verantwoordelijkheid jegens de wet’. Zo zet de Grondwet de deur wagenwijd open voor de wetgever (regering en 2e Kamer, vervolgens 1e Kamer) om beperkingen op te leggen. Omdat Nederland geen grondwettelijk hof heeft dat nieuwe wetten toetst aan de Grondwet, moet de wetgever dat zelf doen. Dat is de slager die zijn eigen vlees keurt en het resultaat is ernaar. Zie daarvoor de serie Waarom onze democratie faalt, deel 3. Of zoals Bismarck ooit opmerkte: ‘Wetten zijn als worstjes. Je kunt maar beter niet weten hoe ze gemaakt zijn.’ En gelijk had hij.
Concreet betekent het dat de wetgever elke mening die hen niet welgevallig is, kan verbieden.

 

BEPERKINGEN OP DE VRIJHEID VAN MENINGSUITING
We zagen eerder dat de Islamitische Verklaring via de Sharia beperkingen oplegt aan dit grondrecht. Maar in tegenstelling tot wat velen misschien denken, het is in het vrije Westen niet anders. Het zou ook ongelofelijk naïef zijn dat te denken. Ondanks dat de Universele Verklaring het verbiedt, zijn er zijn heel veel wettelijke beperkingen. De Sharia ligt bovenop de Islamitische Verklaring en in het Westen leggen regeringen hun wetten doodleuk bovenop de Universele Verklaring! Exit vrijheid van meningsuiting.

BEPERKINGEN IN NEDERLAND
Een aantal beperkingen vindt men in het Nederlandse strafrecht. Deze richten zich tegen smalend taalgebruik en aanzetten tot haat, belediging van gezagsdragers en het verspreiden van leugens (laster en smaad), maar minder of niet tegen obsceniteit of schendingen van goede smaak.

Maar dat is de niet de enige hobbel. De belangrijkste beperkingen stammen ook uit de Grondwet, Artikel 1: ‘Allen die zich in Nederland bevinden moeten in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’
Dit artikel is het anti-discriminatieartikel. Overtredingen tegen dit artikel zijn uitgewerkt in andere wet- en regelgeving zoals het Wetboek van Strafrecht en Algemene Wet Gelijke Behandeling. Wat vinden we dan?

Het Wetboek van Strafrecht, artikel 137 verbiedt het opzettelijk beledigen van mensen op grond van hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap. Maar wanneer is er nu sprake van opzet? Nou, als redelijkerwijs kan worden ingeschat dat iemand zich aangevallen of beledigd kan voelen, is het opzet! Ga er maar aan staan. Voor je het weet sta je op iemands gevoelige teentjes. BLM is een fraai voorbeeld. Toen mensen zeiden dat ieders leven ertoe doet, werden zij geheel politiek correct verketterd en publiekelijk aan de schandpaal genageld. Alsof black lives belangrijker zijn dan de lives van yellow, white, brown of welke kleur mensen dan ook.

Het aanzetten tot discriminatie of haat of het uitlokken daarvan mag ook niet. Beledigende uitlatingen of het verspreiden of in voorraad hebben van spullen met dat doel is ook verboden. Beledigen in het openbaar van iemand om zijn afkomst of geloofsovertuiging mag ook niet.

Het Nederlandse recht lijkt duidelijk; de vrijheid van meningsuiting eindigt daar waar de discriminatie begint. Waar de grenzen precies liggen is onduidelijk. De rechter moet er nogal eens aan te pas komen die te bepalen. De zaak Wilders was spraakmakend. Hij werd aangeklaagd over de film Fitna en een interview en opiniestuk in de Volkskrant. De rechters spraken Wilders volkomen vrij. Verschillende, ook buitenlandse media spraken van een overwinning voor de vrijheid van meningsuiting. Maar welke burgerrecht nu het belangrijkste is, antidiscriminatie of vrijheid van meningsuiting, daar is geen duidelijkheid over.

 

EUROPESE BEPERKINGEN
Ook het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens legt vracht beperkingen op aan de vrijheid van meningsuiting. Ook hier is een sterke band met het anti-discriminatieartikel (art. 14) in het Europese Verdrag.

Volgens art. 10 van het Europees Verdrag mag de vrijheid van meningsuiting alleen worden beperkt als deze bij wet is vastgelegd. Het is een hele opsomming maar de bottom line is simpel; exit vrijheid van meningsuiting zodra de wetgever dat effe makkelijk uitkomt.

Maar zelfs wanneer de vrijheid van meningsuiting (nog) niet bij wet is beperkt, zien politici geen bezwaar om toch een poging te wagen. Rouvoet (CU) bijvoorbeeld probeerde de tv-vertoning van de film Deep Throat te voorkomen. Rouvoet spijkerde op dat moment zijn Statenbijbel bovenop onze Grondwet. En Blokhuis (staatsecretaris Volksgezondheid) wilde vorig jaar mei dat Bol.com boeken uit de verkoop haalde die kritisch staan tegenover vaccinatie.

In haar kersttoespraak van 2006 benadrukte Koningin Beatrix dat, naar haar mening, de vrijheid van meningsuiting eindigt waar beledigen begint. De koningin was daar vrij in om dat te vinden en veel mensen zullen het met haar eens zijn maar wettelijk klopt dat niet.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bepaalde dat de vrijheid van meningsuiting niet stopt daar waar anderen verontrust, gekwetst of geshockeerd worden.

 

VRIJHEID VAN MENINGSUITING EN HET INTERNET
De ontwikkeling van het Internet heeft nieuwe mogelijkheden geopend voor het bereiken van vrijheid van meningsuiting met behulp van methodes die niet afhangen van wettelijke maatregelen. Blogs, internetfora, YouTube, Facebook en Twitter werden als vrijhaven gezien om meningen breed te verspreiden en informatie te vergaren. Maar door hun censuur zijn ze definitief af geserveerd als verspreider van informatie of platform om een mening te verkondigen. Immers iedereen die anders denkt over het geclaimde gevaar van corona dan de formeel goedgekeurde staatsopvatting, wordt geweerd, gecensureerd. Zelfs Trump werd op 6 oktober verwijderd van Facebook omdat hij anders over corona denkt dan politiek correct wordt geacht.

Aan de andere kant zien we WikiLeaks, Bit-torrent technologie en datahavens zoals Freenet en HavenCo. Ze zorgen voor veel vrijheden, omdat de technologie garandeert dat materiaal niet kan worden gecensureerd en dat de auteur onmogelijk is te linken aan een fysieke identiteit, computer of organisatie.

Nederlandse internetsites worden uit de lucht worden gehaald voor de meningen die zij verkondigen. En redacties van fora bepalen wat een ‘juiste’ mening is en welke ‘ongewenst’ is. Ook het Meldpunt Discriminatie Internet spoort naar hun mening foute uitspraken op en spant zich in om deze te laten verwijderen.
Kortom, ook de censor van allerlei mediamultinationals, redacties van fora en allerlei zelfbenoemde ‘cultuurbewakers’ spijkeren hun regeltjes bovenop de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Zij zijn van gedachte dat hun rechten belangrijker zijn dan een fundamenteel recht als de vrijheid van meningsuiting.

VRIJHEID VAN MENINGSUITING VERSUS ANTI-DISCRIMINATIE
Grappen over negers, Belgen, vrouwen, dominees, priesters, homo’s, politieke gezindheid, rijke patsers, armoedzaaiers, geestelijk of lichamelijk gehandicapten, politici en ga zo maar verder zouden gemakkelijk onder het kopje discriminatie geschoven kunnen worden. Waar ligt de grens van de vrijheid om te mogen zeggen wat je denkt? Waar begint discrimineren? Met andere woorden; welk van deze twee fundamentele grondrechten vinden we het belangrijkst? Kun je één grondrecht als belangrijkst bestempelen en de rest bij het grofvuil zetten of is een genuanceerde afweging aan de orde?

Tijdens elke omwenteling worden steevast die groepen opgepakt die grondig van mening verschillen met wat de mainstream roept, wat autoriteiten propaganderen. Intellectuelen, filosofen, studenten, de niet-staatsgezinde pers, vakbondsleiders, iedereen die zich verzet is het haasje. Deze groep wordt bestempeld als staatsvijandelijk, wordt het mikpunt van vervolging door de staat en vogelvrij verklaard. Zo kan iedere aanhanger van het regiem ongestraft, sterker met oogluikende goedkeuring van de staat, zijn gang gaan. Dat begint met pesterij en vervolgens vandalisme en escaleert zo verder. De steen door de ruit van Willem Engel van Viruswaarheid roept herinneringen op aan de nacht van 9 op 10 november 1938, Kristalnacht. Wie is de volgende met steen door zijn ruit waar een protestposter op hangt?
En zo gaat het iedere keer. Voorbeelden genoeg. De ‘rijke’ koelakken onder Stalin, de intellectuelen tijdens de Culturele Revolutie onder Mao in China, de joden in fascistisch Duitsland, het McCarthyisme (de Rode Angst) in de US waar iedereen met rood haar bij wijze van spreken al verdacht werd van communistische sympathieën. Ook nu nog worden klokkenluiders als Assange, Snowden en Manning vervolgd en, indien mogelijk, opgesloten.

 

Maar afwijkende meningen zijn belangrijk want zoals Adlai Stevenson zegt: ‘Elke vooruitgang is tot stand gebracht door mensen die een impopulair standpunt innamen’. En dat is een waarheid als een koe.
Stel je toch eens voor dat Willem van Oranje had gezegd: ‘Ach, zo belangrijk is dat gedoe over die godsdienst nu ook weer niet. Laat maar gaan’. Of dat Columbus had gezegd: ‘U heeft gelijk. De wereld is plat. Ik blijf lekker dicht bij de kust dan kukel ik er ook niet af’. Of Ghandi, of Nelson Mandela, of…

Er zijn talloze voorbeelden waar de afwijkende mening uiteindelijk de ware stand van zaken weerspiegelde. Maar miljoenen zijn er, in naam van Staat, Kerk of een of ander -isme, om vervolgd, kreupel geslagen, op de brandstapel beland, naar goelags afgevoerd, naar de gaskamer gedreven, vermoord.

 

En dat vervolgen, verbranden, afvoeren naar goelags, vergassen en vermoorden, dat alles begint met censuur, boekverbrandingen, verbieden van ‘ondermijnende’ kunst, normoplegging vanuit de staat.

SAMENVATTING
Deze verkenning is verre van compleet en gedaan op basis van wetgeving en daarmee is slechts de oppervlakte beroerd. Psychologische aspecten spelen een belangrijke rol in de mate van vrijheid van meningsuiting binnen groepen. Ook zijn allerlei morele en ethische kwesties niet aangeroerd.

De vrijheid van meningsuiting is vervat in een groot aantal fundamentele verdragen en onze Grondwet en onderliggende wetten. In een democratie heeft de wetgever tot taak die wetten te maken. Beter zou zijn dat de Grondwet de wetgever die mogelijkheid niet geeft wanneer het om vanzelfsprekende fundamentele burgerrechten gaat.
Thorbecke, de schrijver van onze Grondwet, heeft helaas verzuimd op te nemen dat ze niet ingeperkt mogen worden om praktische redenen, politiek opportunisme, de waan van de dag, gemanipuleerde hysterie, populisme of bezuinigingen.
We zien echter in de afgelopen maanden dat juist om die redenen letterlijk alle burgerrechten zoals vrijheid van godsdienstbeleving, meningsuiting, vereniging, vergaderingen, betoging, privacy, bestaanszekerheid, onrechtmatige vrijheidsontneming, onderwijs, onaantastbaarheid van het lichaam en het huisrecht allemaal geschonden zijn.
De facto leven wij in een dictatuur. Nederland verdient beter.

Ik wens u wijsheid,
Karel Nuks

Interessant? Like en deel dit geluid! Reageer en hou het netjes en respectvol.

Subscribe
Abonneren op
guest
Mag uw echte naam zijn of een pseudoniem
Niet verplicht
1 Reactie
oudste
nieuwste meest gestemd
Inline Feedbacks
Zie alle comments

Laatste nieuws

NederlandsEnglishFrançaisDeutschEspañol
1
0
Laat jouw mening horen maar houdt het netjes!x
()
x